Zuurketelwagon - Introductie
Zuurketelwagons zijn misschien wel de meest opvallende wagons op een modelbaan. Ook in het grootbedrijf vallen ze op. We duiken er eens in.
Allereerst de naam. In het Nederlands is het een
zuurketelwagon
. Je denkt dan dat het een wagon is met een zuurketel erop. Bijna. In de werkelijkheid staan er echter meestal meerdere ketels op. Een betere naam zou dus eigenlijk zuurketelswagon
moeten zijn, in meervoud. Dat beschrijft dan een wagon met daarop meerdere ketels. Het is echter enkelvoud. Een wagon met een grote liggende tank is een zuurtankwagon.De Duitse aanduiding voor dit model is de prachtige naam
Säuretopfwagen
. Säure is zuur en toph is een pot. Dus eigenlijk gewoon zuurpotwagen. Andere Duitse termen die tegen zult komen zijn Säurebehälterwagen
, Säurekesselwagen
en het algemene Spezialkesselwagen
.
De Engelse naam voor dit type wagon is een stuk saaier, ze noemen het gewoon een
acid car
. Zuur wagon. Inhoudelijk hetzelfde, toch klinkt het wat minder fraai. De Italianen komen aan de met acido pentola carrello
. Acido is zuur, pentola is (kook)pot en carello is wagen. Klinkt bijna als een gerecht.Functie
De industrie gebruikt veel gevaarlijke stoffen. En die moeten ook vervoerd worden, van A naar B. De meeste van deze stoffen mogen om veiligheidsredenen niet over de weg worden vervoerd. Een logisch gevolg hiervan is dat de spoorwegen al sinds jaar en dag het vervoer van deze chemicaliën op zich hebben genomen. Het gaat hier om een lange lijst van agressieve stoffen waaronder broom, chloor, fosforzuur, fluorwaterstofzuur, oleum, salpeterzuur, zoutzuur, waterstofperoxide, zwaveldioxide, zwavelzuur etc. Verder in deze tekst noemen we dit allemaal gewoon zuren.

Ketels
Je zou wellicht verwachten dat de ketels van metaal zijn. Dat is echter niet zo. Zuur en metaal gata niet zo goed samen. Zuren lossen metalen namelijk op. Aardewerk is wel bijzonder goed bestand tegen het inwerken van de agressie stoffen. Zuren kunnen dan ook prima worden opgeslagen en vervoerd in aardewerk ketels. Aanvankelijk werden er ketels gevuld met zuren geladen op normale goederenwagons. Al snel liet men de grote ketels permanent op de voertuigen staan en pompte men de zuren over. De eerste zuurketelwagens waren geboren.
De ketels stonden dus vast gemonteerd op de wagons. Hierdoor konden de ketels niet worden uitgeschonken. Als oplossing hiervoor ontwikkelde men een systeem met perslucht. Iedere pot heeft 2 aansluitingen. In de tekening hieronder met kleuren aangegeven. Een (blauwe) waarmee men lucht in de pot kan blazen en via de andere (rode) aansluiting zal dan het zuur uit de pot worden geperst.

Belangrijk bij het afvullen van de wagons was dat alle ketels grofweg even vol gevuld dienden te zijn. Het laat zich raden dat als de ketels aan de rechterkant (stuurboord op een boot) wel waren gevuld en aan de linkerkant (bakboord) niet het nogal een ongewenste invloed op het rijgedrag zal hebben gehad. Hetzelfde met de gewichtsverdeling aan de voor- en achterkant.
De ketels zitten geklemd in een geraamte waarin plaats is voor meerdere ketels. De ketels hebben een inhoud van rond de 800 liter tot 1200 liter. Op het grootspoor stonden er tussen de 8 en 14 ketels op een wagon. In de modelwereld kom je overwegend wagons tegen met 10 of 12 ketels. Of een enkele keer 8 ketels.

Beide zijden van de wagon hangen vol met waarschuwingsborden inzake de chemische inhoud, de eindbestemming en de maatschappij waarvoor het zuur wordt vervoerd.
Remmen
Vervoer van zuur is gewoon gevaarlijk. Er hoeft maar dat fout te gaan en we hebben een milieuramp. Aan een kant van de wagon zit een klein bordes waarop (periode II) een klein remmershuisje stond. Dit huis was in periode III meestal niet meer aanwezig. De wagon had een eigen remsysteem. Met een draaiwiel kon met de wagon remmen. Ook handig bij het rangeren. Het draaiwiel van de rem zit in de regel in het remmershuis zelf. Deze huisjes zijn erg klein er kan hooguit een persoon in staan of met de nodige moeite in zitten.
Veiligheidsregels vereisten een speciale constructie van de wagons. De onderkant van de wagons moesten gemaakt zijn van een met asfalt beverfde houten plankenvloer. In deze planken liepen dwars op de rijrichting groefen om eventueel gemorst zuur af te voeren. Extra drainagegaten hadden loden buizen om schade aan voertuigonderdelen en de omgeving te voorkomen.
Latere regelgeving bepaalde dat de voorwand van de wagon een meter boven de hoogte van de ketels moesten uitsteken. Hierdoor werd voorkomen dat bij hard remmen (bij een noodstop) zuur naar voren zou klotsen/splashen. En werd bij aanrijdingen de klap wellicht beter opgevangen.
Schoonmaak
Na gebruik dienden de ketels te worden schoongemakt. Dit was een lastig klus, doordat de wagen vast stonden op de wagon. Ook de kleine vulopeningen werkten hierin niet mee. In de praktijk werden altijd dezelfde chemische stoffen vervoerd in dezelfde ketels. Praktisch. Hierdoor werd het risico van besmetting of zelfs ongecontroleerde chemische reacties werd voorkomen. En hoefden dure tijdrovende schoonmaakacties niet te worden gedaan.
De lading stond dan ook altijd op de wagen geschreven. De Fleischmann modellen bevatten de algemene tekst
zuren en basen
wat hierdoor vrijwel zeker fout is.Heel veel modellen
Meerdere fabrikanten leveren zuurketelwagens. Of eigenlijk heel veel fabrikanten leveren zuurketelwagons. Of eigenlijk iedereen zo'n beetje maakt zuurketelwagons. Op de 2e hands markt is de keuze nog groter. Soms kom je een bijzondere uitvoeringen tegen in afgeleefde staat, kapot en smerig. Soms kun je voor weinig een prachtmodel scoren. Incidenteel zelfs met originele verpakking. Of zoals hieronder vies, en met missende ketels.

In het grootbedrijf waren veel wagons particulier eigendom. Veel varianten en veel uitvoeringen. Dit is ook terug te vinden in de modelwereld. Veel verschillen in details, bedrukking, kleuren, waarbij ik het nog niet eens heb over verschil in kwaliteit van het model. Ook binnen een en dezelfde serie van dezelfde fabrikant zitten al enorme verschillen. Veel meer dan wat via de normale verkleuring door ouderdom verklaard kan worden.
Ik ben geen 3-rail verzamelaar, toch kijk ik ook wel bij Märklin. Ook daar is 2e hands materieel goed te vinden. Wat zeker leuk is zijn de speciale- en jubileum edities die Märklin heeft. In blauw, zilver en zelfs echt goud. Luxere modellen van Brawa, SachsenModelle en Tillig kom je 2e hands zelden tegen en als ze er zijn betaal je er meteen de hoofdprijs voor. Voor deze merken raadt ik dan ook aan om die nieuw te kopen, als je portemonnaie dat aankan.

Op de foto hierboven is duidelijk het verschil tussen een model van Liliput (boven) en van Kleinbahn (onder) te zien. Naast dat de Liliput een rij meer ketels heeft, is het model in zijn geheel ruimer (groter). Ook de ketels zijn groter in de Liliput versie. Tussen de poten loopt een raamwerk. Het heeft een remmershuis. De ketels zijn in de Liliput voorzien van een een-kraans, de Kleinbahn heeft echter 2 kranen. Opvallend is natuurlijk het kleurverschil.
Veel voorkomende verschillen tussen de modellen:
- 10 of 12 ketels
- Maat op de ketels: 1000L of 1200L
- Lengte van de wagon
- Vorm van de kranen
- Wel of geen remmershuis
- Trap vanaf bordes of aan zijkant
- Borden met maatschappij en eigenaar
- Trapje (zijkant of kopse kant)
- Bedrukking/etsing onderstel
De onderstaande foto laat mooi een detail zien in de loopplanken, boven de ketels, waardoor personeel gemakkelijk bij de vulopeningen van de ketels kon komen. Dit is de Primex, waarbij de ketels en het raamwerk uit een geheel bestaan. Ketels, zijopbouw en loopplank raamwerk zijn een geheel. Vaak zijn dit losse onderdelen.

Hieronder een kleine demonstratie in kleurverschil. Op onderstaande foto staan zes uitvoeringen van precies
hetzelfde
PIKO model zuurketelwagons. De wagons zijn allemaal identiek, alleen zijn deze in verschillende series/jaren geproduceerd. Het verschil in kleur tussen de verschillende ketels en het raamnwerk is duidelijk te zien.
Modellen
Hieronder een overzicht van modellen zuurpotketelwagons. Het is al een lange lijst, ik vermoed dat echter de lijst niet compleet is. Bij lange na. Sommige modellen lijken op elkaar. Anderen zijn wijken echt enorm af. De lijst is gerangschikt op merk. Daarbinnen staan de modellen die op elkaar lijken bij elkaar. Soms zitten er maar kleine verschillen tussen modellen. Duidelijke verschillen zijn of er wel of geen stuurstandhuisjes op de wagons zitten, wel of geen platforms, aantallen ketels, kleur van de verschillende onderdelen, het aantal ketels kan verschillen, raamwerk bovenop, ladderd, aantal en soort kranen.
Sommige van mijn modelwagons missen ketels. Ik kan me voorstellen dat er in het echt ook ketels kapot gingen. Ik weet echter niet of dat er wagons hebben rondgereden met missende ketels. De ketels stonden in de regel vast op de wagons en kwamen er niet af. Dus misschien kwam het maar zelden voor dat er ketels kapot gingen.
Modellen van Fleischmann
Modellen van Kleinbahn
Modellen van Liliput
Modellen van Marklin
Modellen van Piko
Modellen van Primex
Modellen van Rai-mo
Modellen van SachsenModelle
Modellen van Tillig
